Speelkwartier is voorbij, Martijn en Diederik!

Als de nieuwe PvdA-leider een succes moet worden, moet hij stemmers terugwinnen die de PvdA heeft verloren aan andere partijen. Veel burgers die tegenwoordig PVV stemmen waren in het verleden PvdA-stemmer. Hoe win je die terug?

Martijn van Dam maakte deze week een video over het huis van zijn vader. Zijn boodschap is dat hij als eerste uit zijn familie ging studeren aan de universiteit. Dat had iets met de PvdA te maken: door de PvdA bepaalt je afkomst niet meer waar je eindigt in het leven. Nu is het tijd voor de volgende stap: de PvdA moet antwoorden geven op vragen van deze tijd. Mensen moeten hun leven in eigen hand kunnen nemen en daar de instrumenten voor krijgen. De PvdA staat naast je als het even wat minder gaat.

Nog meer speelkwartier
Diederik Samsom schreef een brief. Hij wil de PvdA nieuwe energie geven, wil heldere keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen. Dan volgt een lijstje thema’s: het tekort moet op een solidaire en verstandige manier worden weggewerkt, er komen sociale hervormingen, de arbeidsmarkt voor jong gehandicapten wordt verbeterd, er komt een hypotheeksubsidie, de publieke instellingen worden aangepakt, het loongebouw wordt anders en er komt een meer duurzame economie. En dit waren slechts ‘enkele voorbeelden’ van de keuzes die Diederik gaat maken.

Nu de strijd voorlopig gaat om het aantal stemmen van PvdA-leden, dreigen de kandidaten te vergeten dat al die PvdA-leden bij elkaar goed zijn voor één Kamerzetel, en dat alle andere zetels van niet-leden moeten komen. De vraag zou moeten zijn of deze statements van de kandidaat-leiders weggelopen stemmers aanspreken. Lezers van deze blogs weten dat PVV-stemmers veel kritiek op Wilders hebben en dat ze dus in theorie best terug willen keren naar de PvdA. Wat is daarvoor nodig en zijn Martijn en Diederik daartoe in staat, mocht een van hen PvdA-leider worden?

Hypotheeksubsidie
Het ziet er niet naar uit. Martijn en Diederik houden beide een vaag verhaal over idealen die PVV-stemmers nauwelijks iets zeggen en komen met vage studeerkamer-maatregelen zoals ‘instrumenten om je leven in eigen hand te nemen’ en ‘hypotheeksubsidie’. We zouden kunnen zeggen dat deze kandidaten te hoog opgeleid zijn vergeleken met de achterban die ze terug moeten winnen. We kunnen zeggen dat ze niet de juiste toon aanslaan en dat ze bovendien voor veel weggelopen PvdA-stemmers waarschijnlijk te weinig autoriteit uitstralen. Maar laten we niet kinderachtig doen.

Het probleem is niet eens dat Martijn en Diederik allerlei thema’s agenderen die voor PVV-ers relatief onbelangrijk zijn zoals duurzaamheid en hoger onderwijs. Het probleem is dat ze alle thema’s die bij uitstek voor PVV-stemmers van belang zijn simpelweg negeren. Het gaat er niet eens om dat ze volgens PVV-stemmers ‘verkeerde oplossingen’ hebben voor immigratie, integratie en criminaliteit. Deze kandidaat-leiders negeren deze onderwerpen in zijn totaliteit. Door PVV-thema’s te negeren, weten PVV-stemmers precies weer waarom ze bij de PvdA vertrokken waren.

Is het nodig dat de PvdA de PVV-standpunten op deze terreinen overneemt? Zeker niet, want PVV-stemmers willen best nadenken of een andere mening niet een betere is. Maar dan moeten PvdA-politici wel over die onderwerpen durven beginnen.

Gedoe over meldpunt voor Polen

“De dingen die hij in zijn programma heeft gezegd die vind ik echt heel extreem af en toe. Ik snap wel wat hij bedoelt, ik kan me er ook wel in vinden, maar ik wil niet zeggen dat ik het daarmee eens ben. Nee. (…) Ik snap ook ergens wel, dat hij heel veel volgers heeft in Nederland. Er zijn ook in Nederland veel gebieden waar overlast is door moslimjongeren of moslims, daar zijn wel statistieken van, dat is ook iets wat bewezen is. Er is ook bewezen dat er heel veel geld uit Nederland gaat naar moslimlanden, met uitkeringen en noem maar allemaal op. Dat kan natuurlijk niet.” (interview 14)

Deze week introduceerde de PVV een meldpunt voor overlast met Midden- en Oost-Europeanen. Door de open grenzen kunnen Polen, Roemenen en Bulgaren makkelijker dan ooit Nederland binnenkomen. Soms zorgen zij voor overlast. De PVV is altijd tegen deze open grenzen geweest, en wil nu met een meldpunt problemen inventariseren op het gebied van werk, overlast, geweld, verloedering en criminaliteit. De klachten zullen worden aangeboden aan de minister van Sociale Zaken.

Bommetje gebarsten
En toen barstte een bommetje in Den Haag en Brussel. Allerlei politici wilden dat de regering afstand nam van het meldpunt, en ook de Europese Commissie ging zich ermee bemoeien. Ambassadeurs waren boos en de handelsbelangen liepen gevaar. Eurocommissaris Neelie Kroes sprak zich erover uit, en Frits Wester noemde het laf van Mark Rutte dat hij het meldpunt niet had veroordeeld. De SP had weliswaar jaren geleden een soortgelijk meldpunt gehad, maar dat meldpunt was echt heel anders, stelde Emile Roemer.

De logische vraag bij dit alles is: wat zou de gemiddelde PVV-stemmer ervan denken?

In recente interviews met PVV-stemmers komt nauwelijks aandacht naar voren voor de vermeende overlast van Polen en Bulgaren. Maar dit betekent niet dat we niets kunnen zeggen over hoe PVV-stemmers deze ophef gade slaan. De verhalen die PVV-stemmers over de islam vertellen zijn hierbij verhelderend. Veel PVV-stemmers hebben namelijk ook geen last van de islam, maar steunen wel een partij die steeds kritiek op de islam naar voren brengt. Waarom doen ze dat?

Overtrokken doch terechte kritiek
PVV-stemmers vinden de kritiek van de PVV op de islam overtrokken, maar denken wel dat er onaangename elementen in de islam zitten. Zij vinden dat daar wel wat aandacht aan besteed mag worden. De enige manier voor Wilders om dat te doen is hard roepen, mensen wakker schudden en op hoge toon aandacht vragen voor thema’s die anders geen aandacht zouden krijgen. Zo zal het ook bij Oost-Europeanen gaan. Veel PVV-stemmers zullen geen last van Polen hebben, en ze hebben ongetwijfeld ook twijfels over de grootte van dit probleem. Maar ze vinden ook dat er wel enige aandacht voor uitwassen mag zijn.

Die aandacht is er nu dankzij Geert Wilders. Zijn aanhangers vinden extremere politieke uitingen geen probleem, aangezien deze leiden tot meer politieke aandacht en op termijn tot oplossingen. Dus wat leren PVV-stemmers over alle ophef over dit meldpunt? Dat Geert Wilders een onderwerp te pakken heeft waar in Den Haag niet over gesproken mag worden. Dat is voor wantrouwende PVV-stemmers voldoende om te vermoeden dat Wilders gelijk heeft dat er iets mis is met Polen. Voor alle ophef waren PVV-stemmers zich daar meestal niet van bewust, maar dankzij alle politieke tegenstanders van de PVV nu plotseling wel.

Pechtold wil niets leren van PVV-stemmers

De afgelopen maanden interviewde D66-leider Alexander Pechtold PVV-stemmers en liet er een boek over schrijven: ‘Henk, Ingrid en Alexander’. Aangezien ik met een soortgelijk project bezig ben, is de logische vraag: wat heeft de zoektocht van Pechtold opgeleverd? Pechtold benadrukt dat zijn boek geen sociologische studie is. Het ligt sterk voor de hand het boek langs die lijnen te evalueren: hoe eerlijk waren de veertien geïnterviewden over hun redenen PVV te stemmen, hoe representatief is deze groep en hoe werden deze kiezers geselecteerd?

Toch zijn dit relatief kleine beperkingen van Pechtold’s boek. De vraag zou moeten zijn: wat beoogt Pechtold nu eigenlijk? Dit boek is geen sociologische studie, maar wat is het dan wel? Op D66.nl en bij De Wereld Draait Door vertelde Pechtold vanalles, maar er kwam geen motivatie. Er is een aanleiding, het boek gaat over allerlei belangwekkende thema’s, maar waarom moest dit boek nu geschreven worden? Dit is de achilleshiel van het project.

Eigen verhaal
Het boek had een sociologische studie kunnen zijn, want ook in dat geval kan men vragen stellen over de respondentenselectie en hun eerlijkheid. Er is maar één reden om het geen sociologische studie te noemen: krijgen de respondenten bij Pechtold wel de kans om hun eigen verhaal te doen? Het gaat nu niet alleen om wat de respondenten bespraken met Pechtold, maar ook om hoe die gesprekken sterk samengevat in het boek terecht kwamen.

Als Pechtold met dit boek een beeld had willen schetsen van de belevingswereld van PVV-stemmers, moeten de gesprekken aan in ieder geval één voorwaarde voldoen: er moet een vrije ruimte zijn om alles over de PVV te kunnen zeggen wat men wil zeggen. Dit valt niet mee als de interviewer een politieke tegenstander is, maar zelfs dan kan een open gesprek ontstaan. Zo had de belevingswereld van PVV-stemmers gereconstrueerd kunnen worden. Dit was ook een logisch doel van het project geweest.

Verkondigen van eigen gelijk
Misschien kregen de respondenten de ruimte te vertellen wat ze op hun hart hebben, maar in het boek hebben ze die ruimte zeker niet gekregen. En dat zit niet alleen in het beperkte aantal pagina’s per interview. De vraag is of Pechtold echt inzicht wil geven in hun ideeën. In deze interviews confronteert Pechtold PVV-stemmers met zijn ideeën, en brengt daarbij zijn eigen onderwerpen en argumenten over het voetlicht. Of dit belangrijke thema’s zijn voor PVV-stemmers is onbekend, maar voor D66 zijn ze dat in ieder geval wel.

Deze onderwerpselectie leidt tot thema’s die belangrijk zijn voor D66, maar die er voor PVV-stemmers lang niet altijd toe doen, net zoals sommige thema’s van Wilders er voor PVV-stemmers niet toe doen. Dit boek gaat bijvoorbeeld opmerkelijk vaak over Europa, een thema wat voor PVV-stemmers van ondergeschikt belang is, maar wat wel belangrijk is voor Pechtold. Het boek gaat nauwelijks in op het verlangen van PVV-stemmers naar meer transparantie in de politiek, want daarbij was Pechtold het met hen eens en kon hij zich dus niet van hen onderscheiden.

Als men echt een weerwoord wil ontwikkelen tegen het populisme, moeten PVV-stemmers hun ideeën uitgebreider kunnen weergeven dan in vijf pagina’s. PVV-stemmers hebben een open ruimte nodig om hun zorgen te verwoorden, in plaats van te moeten reageren op politieke standpunten van anderen. Dat vereist moed, want het zou kunnen betekenen dat PVV-stemmers vragen stellen waar de bestaande politiek geen gemakkelijk antwoord op heeft. Daar zat Pechtold natuurlijk niet op te wachten en dus gebeurde dat ook niet.

Met de PVV naar Carnaval!

Het is bijna weer tijd voor Carnaval. En wie aan Carnaval denkt, denkt aan het land beneden de rivieren. En wie is daar het meest populair? Juist, Geert Wilders. Interessant nieuws dus deze week uit Venlo, de geboorteplaats van Wilders, waar men een Marokkaan tot Prins Carnaval heeft gekozen. Prins Carnaval kon het niet laten Wilders meteen uit te nodigen voor het feest, met als grapje dat als een Marokkaan Prins Carnaval kan zijn, Wilders in boerka moet komen.

Dit nieuwtje ging als een lopend vuurtje door de media, want dit was toch een opmerkelijke tegenstelling: in de stad Venlo zijn veel PVV-stemmers te vinden, en uitgerekend daar is er een Marokkaanse Prins Carnaval. Flauw van Wilders om de uitnodiging van Prins Abbie 1 af te slaan.

Ultieme vernedering?
Het feit dat dit überhaupt in het nieuws komt, en door sommige tegenstanders van Wilders wordt neergezet als ‘de ultieme vernedering voor Wilders’, laat zien dat velen in Nederland nog steeds worstelen met de daadwerkelijke betekenis van de opkomst van de PVV. Wat zegt het dat veel Nederlanders (en met name Limburgers) PVV stemmen? Wat moeten we daaruit concluderen over de multiculturele samenleving, de integratie en de tolerantie van veel burgers ten aanzien van niet-Westerse culturen?

De verwachting dat PVV-stemmers niet veel op hebben met de multiculturele samenleving is terecht. Dit is een van drie hoofdredenen voor burgers om op de PVV te stemmen, naast ontevredenheid over de politiek en de maatschappij. Maar betekent het dat er nu in Venlo iets gebeurt waar PVV-stemmers tegen zijn, of waarmee Wilders een hak wordt gezet? Het omgekeerde is het geval: de benoeming van een Marokkaanse Prins Carnaval valt juist precies binnen de visie die veel PVV-stemmers op de multiculturele samenleving hebben. En dus is de benoeming van Abbie 1 voorspelbaar.

Opgaan in de grijze massa
PVV-stemmers ergeren zich aan de gebrekkige integratie van minderheden. De vraag die daarbij van nature op zou moeten komen is wat ‘gebrekkige integratie’ betekent. Voor veel PVV-stemmers gaat het niet om de ideologie die buitenlanders of moslims meebrengen, zoals Wilders dat ziet, maar gaat het – naast criminaliteit – juist om hele zichtbare zaken die het straatbeeld veranderen: hoofddoeken, satellietschotels, talen die men niet verstaat, minaretten of te veel Turkse en Marokkaanse winkels en belhuizen.

PVV-stemmers benadrukken bij al hun bezwaren tegen de multiculturele samenleving dat ze geen racisten zijn en dat ze vooral een betere integratie willen. Een Marokkaanse Prins Carnaval valt meer dan ooit in dat plaatje. Prins Abbie 1 valt met zijn baan als docent en rol als Prins Carnaval precies in het beeld wat PVV-stemmers graag zien: geïntegreerde allochtonen die zich niet expliciet proberen te onderscheiden van autochtonen, maar juist opgaan in de grijze massa. Niet zo vreemd dus dat Wilders Prins Abbie 1 hartelijk feliciteerde.

Einde in zicht voor Wilders?

Gaat het mis met de PVV? Na jarenlang succes, een groeiende aanhang en een hele rij aan gewonnen verkiezingen, lijkt de PVV nu langzaam op zijn retour. De PVV verliest al enkele weken in de peilingen, en nu is zelfs de SP de grootste partij geworden. Volgens Maurice de Hond stappen kiezers van de PVV over naar de SP. Is dat waarschijnlijk.

Er is zeker een kans, want de overeenkomsten tussen de PVV en de SP zijn groot op onderwerpen als Europa, de multiculturele samenleving, de eurocrisis en sociale zekerheid. Elsevier-columnist Syp Wynia zei het al veel eerder: op de ‘linkse hobby’s’ van de SP na, kunnen de PVV en de SP wel fuseren. Niet zo gek dus dat Wilders zich momenteel tegen de SP probeert af te zetten, maar daarbij weinig overtuigende argumenten gebruikt.

PVV-ers negeren de SP
Als onderzoeker naar de PVV-achterban valt iets heel anders op: in interviews met PVV-stemmers praten deze aanhangers zo goed als nooit over de SP. Dat was zowel in interviews vorig jaar het geval, als bij PVV-stemmers die recent over hun voorkeuren werden ondervraagd. Nergens blijkt een massale overstap naar of interesse in de SP. Hoe kan Maurice de Hond dan tot vrijwel omgekeerde conclusies komen?

Misschien stappen PVV-stemmers over naar de SP en vertellen dat niet. PVV-stemmers worden bij een interview gevraagd om als PVV-stemmer over hun voorkeuren te vertellen. Ze zijn dan niet geneigd te vertellen dat ze ernstig twijfelen aan die PVV-voorkeur, aangezien ze om die reden worden geïnterviewd. Dit leidt wel tot de vraag waarom PVV-stemmers in diezelfde interviews allerlei andere twijfels over de PVV verwoorden, maar niet deze.

Kort van geheugen
Misschien laten PVV-stemmers in interviews niet merken dat ze op de SP willen stemmen omdat ze kort van geheugen zijn. Op het moment van het interview hebben ze wellicht een voorkeur voor de PVV, maar die kan snel daarna veranderen. Dit suggereert dat PVV-stemmers geen stabiele voorkeuren bezitten. Dat is echter vrijwel zeker onjuist: hun ontevredenheid over de politiek, de maatschappij en de multiculturele samenleving is niet van de laatste maanden. Overstappen lijkt daarom onlogisch, en terugkeren naar de PVV even waarschijnlijk als wegtrekken naar de SP.

Maar de meest voor de hand liggende verklaring is dat de peilingen van Maurice de Hond minder goed zijn dan ze lijken. Aan deze peilingen doen alleen burgers mee die zich voor het panel hebben aangemeld, en die zijn niet representatief voor de bevolking. Dit is de reden waarom Maurice de Hond de laatste verkiezingen de winst van de PVV onderschatte. De vraag is bovendien of burgers die tegen Maurice de Hond zeggen geen PVV te stemmen, dat ook doen in het stemhokje. Daar blijkt verschil in te zitten, al is het maar omdat de verkiezingen nog wel even op zich laten wachten.

Linkse stemmers of politici die denken dat de PVV op de definitieve terugtocht is, juichen al met al te vroeg.

Hoofddoek in Oman

“Ik vind dat de media daar wel een onderdeel van is. Het stelselmatig een beeld schetsen dat wij, laten we het maar wij noemen, dat wij racistisch zijn. Ja, dat is hun goed recht, maar het is niet zo. Ik heb niks tegen die mensen. Als ik op vakantie ga naar Bagdad en mijn vriendin moet een hoofddoek dragen, dan moet ze die dragen, dat is namelijk daar de cultuur dus dan moet je dat ook doen. Op het moment dat je hier komt dan ga je je aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden en cultuur. Ik vind dat niet racistisch om te zeggen en ik vind dat de media daar wel aan meewerkt om Wilders en zijn stemmers af te beelden als dom, achterlijk en racistisch.” (interview 10)

De 34-jarige accountmanager uit Den Haag wist het wel. De PVV-stemmers worden vaak neergezet als intolerant en racistisch, maar dat is alleen maar een gevolg van de mediahetze tegen de PVV. Het is immers heel gewoon je aan te passen aan de cultuur van het land waar je heengaat. En dus moeten moslimvrouwen integreren in Nederland en hun hoofddoek afdoen, en dus moeten Nederlandse vrouwen in het Midden Oosten zich aanpassen door een hoofddoek op te doen.

Verwarrende tijd
Het is een verwarrende tijd, ook voor PVV-stemmers. Want nu blijkt opeens het omgekeerde: hoofddoeken zijn altijd fout, waar ze ook gedragen worden. Hoofddoeken symboliseren de onderdrukking van de vrouw en passen dus nergens. En het past de koningin al helemaal niet dat zij een hoofddoek draagt en zo de onderdrukking van moslimvrouwen legitimeert. Was getekend, Geert Wilders.

De Kamervragen van de PVV waren snel geschreven, en snel beantwoord. Die hoofddoek van Beatrix had iets te maken met respect voor de cultuur in Oman. Dat is het ideale antwoord wat ook veel PVV-stemmers zeer zou aanspreken. Iedereen moet immers respect hebben voor anderen, zo stellen PVV-stemmers die zich niet willen verbinden aan vreemdelingenhaat en racisme.

Negatief over hoofddoeken
PVV-stemmers redeneren meestal vanuit hun eigen perspectief, zoals wel meer burgers dat doen. De hoofddoek symboliseert in Nederland vooral de enorme veranderingen in de oude wijken en de bijbehorende immigratie- en integratieproblemen. In Nederland is er dus iets tegen hoofddoeken want deze zijn gerelateerd aan alles waar PVV-stemmers zich aan storen. Het is dan ook makkelijk om PVV-stemmers iets negatiefs over hoofddoeken te horen zeggen, terwijl de hoofddoek eigenlijk slechts een symbool is.

Maar hebben PVV-stemmers ook een uitgebreide visie op de relatie tussen de hoofddoek en de onderdrukking van de vrouw? We kunnen er ernstig aan twijfelen en weten al dat PVV-stemmers meestal niet geloven in de islamisering van Nederland. Zelfs PVV-politici zeggen dikwijls dat dit alleen een hobby van Geert Wilders is. Als Wilders maar vaak genoeg begint over de islamisering van Nederland, krijgt hij juist minder aanhangers dan meer. Misschien dat zelfs de Tweede Kamerfractie daarom nu kritiek begint te krijgen?

Ondertussen in de provincie

In 2011 deed de PVV voor het eerst mee aan de provinciale statenverkiezingen. Het werd een groot succes: de PVV won overal zetels, en werd in Limburg zelfs de grootste partij. De PVV ging er meeregeren. De vraag is natuurlijk: wat gebeurt er zoal in Limburg, nu de PVV meeregeert? Verandert er echt iets? Laten we eens kijken naar een echt Limburgs onderwerp.

In 2006 werd als proef een nieuwe treinverbinding gerealiseerd tussen Maastricht en Brussel. De Belgische spoorwegen zouden de verbinding uitvoeren. Vlak voor de Belgische grens lag nog wel een klein Nederlands station met een kort perron waar de nieuwe Intercity niet kon stoppen: Eijsden. Het station werd gesloten en er kwam een busverbinding voor in de plaats. Onderzoek liet zien dat Eijsdense reizigers er niet eens ontevreden over waren: er kwamen meer bussen dan er ooit treinen waren geweest.

Punctuele ramp
Maar de Belgische spoorwegen moeten bezuinigen en de verbinding met Maastricht bleek een ramp omdat treinen standaard grote vertraging kregen. De NMBS stopte dan ook met de verbinding, en er kwam een stoptrein naar Luik voor in de plaats. Die trein kan wel stoppen op het korte perronnetje van Eijsden, en het station ging afgelopen december dan ook weer open.

De vraag is natuurlijk: aan wie hebben de Eijsdenaren dit te danken? Is het wellicht gekomen door de inbreng van de PVV, die stelt dat door het optreden van haar gedeputeerden het station weer in gebruik is genomen? Volgens fractievoorzitter Laurence Stassen hebben andere partijen jarenlang alleen maar actie gevoerd, maar niets ondernomen om het station weer open te krijgen. De PVV voegt echter de daad bij het woord.

De SP heeft inderdaad actie gevoerd om het station weer open te krijgen. De SP kan als bewijs zelfs een foto laten zien. De SP-Statenfractie heeft twee maanden voor de heropening nog met buurtbewoners geprotesteerd om het station weer open te krijgen. ‘Actie voeren werkt!’ roept de SP.

Verdienste van de PVV?
De SP stelde ook vragen in het Limburgse parlement in mei 2011. Zij wilden toen al weten of het station heropend kon worden. Het antwoord was veelzeggend: ‘Als Provincie zijn wij noch bevoegd gezag voor de spoorverbinding noch partij in het contract tussen beide spoorwegmaatschappijen. Daarmee bestaat er voor ons geen formele mogelijkheid om te interveniëren in of invloed uit te oefenen op deze afspraken.’ Of in gewoon Nederlands: de NS en de NMBS moeten uitmaken of er een trein in Eijsden stopt, de provincie gaat er niet over.

Als de proef met de Intercity was gelukt, was station Eijsden nooit heropend. Het station behoort niet tot het hoofdspoorwegnet en staat niet in de concessie van de NS. Bovendien is de verbinding verliesgevend. De Belgische Spoorwegen stoppen er om onduidelijke redenen toch, maar als ze daar morgen weer mee stoppen kan Nederland er niets aan doen, behalve natuurlijk de portemonnee trekken.

Conclusie: de PVV roept niet alleen in Den Haag een hoop, maar doet dat ook in de provincie. Overal moet ook de PVV rekening houden met de harde werkelijkheid dat zij niet overal invloed op heeft. De PVV loopt het permanente risico dat haar achterban daar nog eens achterkomt en alsnog wegloopt. Voor de PVV is het maar goed dat veel burgers nooit dit soort vragen stellen.

Het politieke moment van 2011

Wat is het politieke moment van 2011? Het kan alleen maar gaan over de PVV, want die partij maakt de meeste tongen los. Maar het moment van 2011 is niet een moment met Geert Wilders, niet met de dissidente Hero Brinkman, en ook niet een van de vele PVV-ers die uit de partij stapten. Het is een schijnbaar onbeduidend debat met een relatief onbekend PVV-Kamerlid: Lilian Helder. Dit debat toont precies aan wat het probleem rond de PVV is.

Helder zette in maart 2011 in de Tweede Kamer uiteen dat er volgens de PVV minder taakstraffen moeten komen en meer gevangenisstraffen. Tegenstanders denken dat gevangenisstraffen tot meer recidieven leiden dan taakstraffen. Helder vond dat taakstraffen en gevangenisstraffen niet met elkaar vergeleken konden worden. Sharon Gesthuizen van de SP meldde dat ze deze redenering van een bedenkelijk niveau vond. De PVV had sowieso nooit vertrouwen in statistisch onderzoek?

PVV-miep en statistiek
De reacties spraken boekdelen. Het fragment op YouTube kreeg als titel ‘PVV-miep snapt statistiek niet’. Op YouTube kunnen we honderden reacties lezen waarin afkeuring wordt uitgesproken over Helder, die ‘een te laag IQ zou hebben om in de Kamer te zitten’ en ‘een achterlijke doos’ zou zijn.

En nu terug naar de werkelijkheid. Wat gebeurde er echt?

Lilian Helder zei op een onhandige manier dat twee groepen met elkaar worden vergeleken die bij aanvang al niet vergelijkbaar waren. Als zware criminelen een gevangenisstraf krijgen, en lichte criminelen een taakstraf, kan het best zijn dat de mensen met een taakstraf minder recidiveren, maar dit zegt dan misschien meer over hun voorgeschiedenis dan over hun straf. Dat wist Gesthuizen natuurlijk ook wel, maar zij wist daarnaast dat Helder haar punt niet goed over het voetlicht kreeg, en dus dat het prijsschieten was.

Laaggeletterde dombo’s
Waarom is dit het belangrijkste politieke moment van 2011? Het debat zelf is niet zo interessant, de reacties des te meer. Dit zijn de reacties die burgers altijd krijgen als ze met een of meerdere PVV-standpunten sympathiseren. In het positiefste geval worden ze neergezet als laag opgeleid, in het negatiefste geval als idioot, dom of seniel. Het probleem van deze PVV-aanhangers is dat ze vaak inderdaad minder opleiding en minder debatervaring hebben dan anderen, en zich daarom relatief slecht tegen dit soort aantijgingen kunnen verdedigen. Ze lijken om die reden ‘dom’.

Ik ben geen aanhanger van de PVV. Maar het debat met de PVV moet wel eerlijk gevoerd worden. Lilian Helder laat zien dat het voor veel mensen helemaal niet uitmaakt wat PVV-ers zeggen, ze hebben hun mening al over hen klaar: ze zijn dom. Als we niet naar PVV-stemmers willen luisteren – wat niet hetzelfde is als hun voorstellen uitvoeren – levert dat alleen maar meer boosheid op onder die aanhangers. De case rond Lilian Helder laat onomstotelijk zien dat velen PVV-aanhangers sowieso niet serieus nemen, wat ze ook zeggen. Het is om die reden niet moeilijk te voorspellen dat de peilingen voor de PVV in 2012 alleen maar zullen stijgen.

Wat bezielt Paul Rosenmöller?

“Een jaar geleden werd het kabinet Rutte geïnstalleerd. Een minderheidskabinet dat kan regeren dankzij de gedoogsteun van de PVV. De standpunten van de PVV: tegen Europa, tegen de islam en immigratie, en de nadruk op nationalistische normen en waarden, hebben bij meer politieke partijen in Europa voor electoraal succes gezorgd.”

Met deze woorden begint Paul Rosenmöller zijn vier reportages over het populisme in Europa. Rosenmöller kijkt hoe het de populisten van het Hongaarde Fidesz, de italiaanse Lega Nord, het Franse Front National, de Deense Volkspartij en de Zweden Democraten vergaat. Zo loopt hij door Kopenhagen en vertelt dat Denemarken de afgelopen tien jaar is geregeerd door een minderheidskabinet met gedoogsteun van ‘de Deense PVV’: ‘wat gebeurt er in zo’n samenleving hier in Denemarken, als zo’n Deense Volkspartij tien jaar lang aan de macht is?’

Slachtoffers van rechts
Dit is een belangrijke vraag en dus is het ook interessant om te zien welk antwoord Rosenmöller geeft. Helaas blijkt dat antwoord voorspelbaar. In elke aflevering komen de slachtoffers van de populisten aan het woord: Roma die in Hongarije voor hun uitkering zwaar maar nutteloos werk moeten doen, een Marokkaan die in Verona niet kan rondkomen, een Deense asielzoeker die geen verblijfsvergunning krijgt terwijl hij goed geïntegreerd is, en een Deens-Afrikaans stel dat in Zweden gaat wonen omdat de man geen Deense verblijfsvergunning kan krijgen. We horen ook wat protesteerders die ander beleid willen.

Rosenmöller bezoekt ook de politici en ondervraagt hen kritisch. Een parlementariër van de Hongaarse Fidesz-partij, burgemeester Flavio Tosi van Verona, Een Deens en Zweeds gemeenteraadslid, en vertegenwoordigers van het Front National uit Carpentras, waar het Front een grote partij is geworden. Zij vinden van zichzelf dat ze het goed doen. Ook komen enkele aanhangers aan het woord: een Franse wijnboer mag uitleggen waarom hij Front National stemt en enkele Hellas Verona-aanhangers vertellen dat ze hun Lega Nord-burgemeester goed vinden. Die laatsten vinden hem goed omdat hij de voetbalclub sponsort en de criminaliteit aanpakt.

Reis zonder opbrengst
En dat was het dan. Rosenmöller heeft een reis door Europa gemaakt, heeft allerlei mensen gesproken en datgene in kaart gebracht wat ieder weldenkend mens had kunnen bedenken: met rechtspopulisten aan de macht krijgen asielzoekers minder rechten, wordt er harder tegen criminaliteit opgetreden en als een partij als Fidesz een meerderheid haalt, nemen ze vreemde wetten aan. En dat alles levert onder veel burgers boze reacties op, want niet iedereen is het met de rechts-populisten eens. Was dat nou waar een hele reportageserie over gemaakt moest worden.

De vraag die Rosenmöller natuurlijk had moeten beantwoorden was: wat vinden de Hongaren die massaal op Fidesz stemden van de maatregelen om de Roma op deze manier aan het werk te zetten? Hoe bezien de inwoners van Verona de daden van hun burgemeester als ze ervaren dat minderheden tweederangs burgers zijn geworden? En wat vinden de stemmers op de Deense Volkspartij ervan dat Denen met een buitenlandse partner nu naar Zweden immigreren vanwege de Deense immigratieregels?

Rosenmöller had al deze groepen in het vizier, en hij had ze samen kunnen brengen, maar hij deed het niet. Dat populisten allerlei vreemd beleid voorstaan, dat wisten we al. De vraag is natuurlijk: wat denken aanhangers van die populisten ervan als ze dat beleid werkelijkheid zien worden? Dat had pas echt spannende televisie opgeleverd.

PVV-lid worden?

“Misschien dat ik in mijn hele leven een paar keer heb gestemd en misschien één keer op het CDA. Maar ik ben er in ieder geval lid van geweest een paar jaar geleden. Omdat ik dacht van: ‘misschien moet ik ook maar in de politiek, hè?’ Want ik heb over alles een visie etc. En dan zeggen ze tegen mij: ‘ja, maar je doet niks’. Toen ben ik toch even wezen kijken, maar toen heb ik voor mij de conclusie getrokken: ‘politiek is niks voor mij’.” (interview 4)

De zestigjarige docent is een van de anderhalf miljoen PVV-stemmers die de afgelopen maanden niet de moeite heeft genomen lid te worden van de Vereniging voor de PVV, die streed voor democratie binnen de PVV. De vereniging hoopte dat velen lid zouden worden van de vereniging. Dit zou een signaal aan Wilders geven dat de PVV voortaan ook leden toe zou moeten laten. Wilders haalde zijn schouders erover op.

Minder dan dertig leden
Wat bleek deze week? Er zijn minder dan dertig PVV-stemmers lid geworden van de vereniging, en daarom concludeert de vereniging dat ze geen bestaansrecht heeft. PVV-stemmers lijken geen behoefte te hebben aan democratie en zijn vaak impulsieve stemmers, zo luidt de conclusie. Hero Brinkman zou met zijn initiatieven om de PVV te democratiseren ongelijk hebben.

Het voormalige CDA-lid die nu PVV stemt laat zien waarom dit weinig verrassend is: burgers willen sowieso geen lid worden van een politieke partij. Alweer bewijs dat PVV-stemmers niet echt anders zijn dan stemmers op ‘gewone partijen’: het zijn beide zwevende kiezers die een losse band hebben met hun volksvertegenwoordigers, en waarbij de partij elke verkiezing weer hun steun moet verdienen. Lid wordt je pas als je politiek carrière wilt maken.

LPF-toestanden
Is het slecht voor de PVV om geen leden te hebben? Wilders wijst op LPF-toestanden die zouden uitbreken als de PVV een gewone partij wordt. Maar vooralsnog heeft de PVV al genoeg LPF-toestanden zonder leden: deze week blijkt de vijfde zetel van de PVV in het Europees Parlement te gaan naar de eerder opgestapte Daniël van der Stoep, maar hij is bij de PVV niet meer welkom. In de Haagse gemeenteraad werd vice-fractievoorzitter Arnoud van Doorn plotseling de deur uit gezet. Het gebrek aan leden kan de PVV geen LPF-toestanden besparen.

Het zijn precies deze incidenten met PVV-politici die PVV-stemmers tegen de borst stuiten en die hen doen besluiten geen PVV meer te stemmen. Wil de PVV blijven bestaan, zal ze dit probleem moeten oplossen. Dit is vrijwel onmogelijk, maar het helpt in ieder geval niet dat de PVV een politbureau instelt om kandidaten uit te zoeken. Om te weten wat voor vlees je in de kuip hebt, heb je heel veel informele bijeenkomsten nodig waar je kunt zien welk vlees je in de kuip hebt. Dat voorkomt niet alle problemen, maar wel een paar.

Ja, heel saai en ouderwets, zo’n ledenstructuur met vergaderzaaltjes. Er is ook geen PVV-stemmer die erom maalt, maar om die stemmers binnen te houden, zal het vroeg of laat toch moeten.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.